Hans de Cocq van Delwijnen over accreditatie

Hans de Cocq van Delwijnen is bestuurder van Raamwerk, aanbieder van ondersteuning en begeleiding voor kinderen en volwassenen met een beperking in Duin- en Bollenstreek. Belangrijke verblijfslocaties staan in Noordwijkerhout en Katwijk. In 2014 werd Hans de Cocq van Delwijnen als een van de eerste NVZD-leden geaccrediteerd. Wat heeft hem bewogen op te gaan voor accreditatie? Wat heeft het traject hem opgeleverd? Lees de ervaring van Hans de Cocq van Delwijnen. ‘Als we dit nu niet oppakken, gaat de overheid iets voor ons bedenken.’

‘Als zorgbestuurder ben je bekleed met het mandaat om publieke middelen in te zetten. De zorg van afhankelijke mensen is aan je toevertrouwd. Dat is niet zomaar iets. Ik vind het op zijn plaats ‘getuigenis te geven’, aan wie daarin geïnteresseerd is, hoe je dit als bestuurder en eindverantwoordelijke doet. De vraag mag ook gesteld worden of je daarvoor voldoende gekwalificeerd bent. Accreditatie draagt hieraan bij; naar mijn mening geeft ook de accreditatie mij legitimiteit voor het vervullen van mijn functie.

‘Het is uiteraard de Raad van Toezicht die je als bestuurder aanstelt en een oordeel over je functioneren moet geven. Bij de beoordeling door de RvT van jou als bestuurder, doet zich het ‘agency-vraagstuk’ voor: jij bent zelf degene die de RvT van informatie voorziet over je eigen handelen en genomen besluiten. Accreditatie zie ik ook als een van de mogelijkheden om dit ‘agency-vraagstuk’ enigszins te compenseren; de RvT krijgt zo meer objectieve informatie over mijn kwalificaties en hoe mijn functioneren door anderen wordt ervaren. Uiteraard helpt niet alleen accreditatie daarin, maar ook bijvoorbeeld opleiding en vorming gedurende je bestuursperiode. De RvT kan dan vaststellen of persoonlijke ontwikkeling plaatsvindt.

‘Ik zie accreditatie ook als een middel om de NVZD als vereniging te versterken. De vereniging wil gesprekspartner zijn voor stakeholders en stelling kunnen nemen in een publiek debat. Hoe steviger je daarin kunt opereren, hoe beter. Die stevigheid wordt bevorderd als veel, heel veel leden geaccrediteerd zijn.

‘Een meer persoonlijke beweegreden om op te gaan voor accreditatie was dat ik zelfontwikkeling, zelfontplooiing leuk vind. Ik vind het prettig zo nu en dan op mijzelf te reflecteren; vanuit welke uitgangspunten handel ik, werk ik samen, maak ik afwegingen? En hoe verhoudt zich dat tot anderen? Daar is het accreditatietraject bij uitstek op ingericht.’

Appèl

‘Van het accreditatietraject is mij vooral het gesprek met de auditoren bijgebleven. Ik heb het ervaren als een goed gesprek over mijn persoonlijke ontwikkeling. Zo komen vijf expertisegebieden aan bod die behoren tot het vakgebied van de zorgbestuurder. Het gesprek met de auditoren over hoe jij opereert op die expertisegebieden, werkt als een spiegel, voorzien van commentaar. Intrigerend vind ik dat.

‘Ik doe graag een appèl op mijn collega-bestuurders om ook op te gaan voor accreditatie. Begin ermee je erop te oriënteren: wat houdt het in? Wat zou dit voor mij betekenen? Meer geaccrediteerde bestuurders betekent dat de NVZD als vereniging mondiger wordt. Het draagt ook bij aan meer waardering voor onze beroepsgroep als we dit met elkaar doen. En bovendien is de situatie in Nederland zo, dat als we dit nu niet oppakken, de overheid iets voor ons gaat bedenken. In dat geval wordt het een controle-instrument, en dat zou zonde zijn. We kunnen het beter zelf doen.’

Lees ook de ervaringen van andere bestuurders