De complexe werkelijkheid van de zorgbestuurder bestudeerd

Richard Janssen.jpg

De complexe werkelijkheid van de zorgbestuurder bestudeerd

29 september 2020 om 14:03

Het onzekere voor het zekere, de titel van de oratie uit 2017 van Richard Janssen, had niet nog meer van toepassing kunnen zijn dan in deze woelige  tijden van de coronapandemie. Ook de ondertitel Tweebenig besturen in de zorg die verwijst naar het op orde hebben van de bedrijfsvoering in combinatie met het anticiperen op veranderende omstandigheden, heeft niets aan actualiteit ingeboet. En dat alles onder het vergrootglas van politiek, media en het algemeen publiek. Een terugblik met hoogleraar Janssen, die vier jaar de NVZD-leerstoel Bestuur en management van instellingen in de gezondheidszorg bekleedde.

Janssen studeerde economie in Tilburg en promoveerde aan de Universiteit van Maastricht op een onderzoek naar het effect van tijdprijzen op het gebruik van zorgvoorzieningen. Hij was bestuurder van diverse zorgorganisaties. Janssen: ‘Bij de GGD in Arnhem was ik de eerste niet-medicus die leiding gaf aan de plaatselijke GGD. Uit deze tijd stamt mijn voorliefde voor publieke gezondheid en bewondering voor de vaak bevlogen lokale bestuurders.’ In die jaren stond hij ‘met de voeten in de klei’ door zijn betrokkenheid bij dreigende watersnoodramp van 1995 in de Betuwe en de gevolgen van de Herculesramp in 1996 in Eindhoven. Bestuurlijke uitdagingen, politiek geladen, in combinatie met zorgvraagstukken lopen als een rode draad door de carrière van Janssen.

 

Econoom in de zorg

De afgelopen jaren heeft Janssen gezocht naar de verbinding tussen wetenschap, de dilemma’s uit de praktijk en beleid.  Hij was de eerste NVZD-hoogleraar met een economische achtergrond. Hij ervoer het als een uitdaging daar wat moois van te maken, zeker met meer sociologisch georiënteerde illustere voorgangers als Kim Putters en Pauline Meurs. ‘Als econoom wil je complexiteit reduceren’, vertelt Janssen. ‘In de zorg zit veel denkkracht, die juist de andere kant op beweegt. Over de totale werkelijkheid wil gaan. Daarmee worden problemen vaak groter en dat gaat weer ten koste van voortgang en verandering.’ Zodra het urgentiebesef hoog is komt de beweging overigens wel op gang zoals we tijdens de eerste golf in de coronapandemie zagen.

 

Besturen steeds complexer

Het nieuwe zorgstelsel dat in 2006 werd ingevoerd en de financiële crisis uit 2008 heeft ervoor gezorgd dat zorgbestuurders met steeds meer risico’s en onzekerheden worden geconfronteerd. Er moet worden gestuurd op doelmatigheid, maar ook op tevreden patiënten en cliënten. Het afbreukrisico neemt toe doordat diezelfde patiënten en cliënten als ‘mondige Nederlanders’ hun hart luchten op sociale media. Daarnaast strooit de toezichthoudende overheid kwistig met regels en wetten, waardoor eigen initiatief en zelfregulering ondersneeuwen en er van verlaging van administratieve lasten ook weinig terecht komt.

 

De wetenschapper

Ook na Janssen’s afscheid zal hij promovenda Tessa van Dijk die onderzoek doet naar de gevolgen van regelgeving voor banken (Basel lll) en zorgverzekeraars (Solvency ll) en de uitwerking daarvan op zorginstellingen blijven begeleiden. Een van de onderzoeksvragen richt zich op de aard van risicoafwenteling en hoe dat de governance van zorginstellingen raakt. Een eerste  publicatie hierover zal  binnenkort gepubliceerd worden in het tijdschrift ESB. Verder heeft Janssen bijgedragen aan een Nationale Wetenschapsagenda-onderzoeksvraag over innovatieve netwerkconcepten. Het gaat erom tot een meer integrale organisatie van zorg te komen met een meer regisserende rol voor de zorggebruiker. En is er een onderzoeksvoorstel gedaan in samenwerking met Ernst Kuipers, hoogleraar gastro-enterologie, tevens voorzitter van de Raad van Bestuur van het Erasmus MC, rond concentratie en specialisatie. De inmiddels aangestelde promovendus start binnenkort. Ook is Janssen betrokken bij een initiatief bij verkenningen of de World Management Survey toepasbaar is op Nederlandse verpleeghuizen. Hier vindt op dit moment samen met een aantal NVZD-leden uit  deze branche een eerste verkenning plaats.

 

De docent

Zoals een hoogleraar betaamt richt Janssen zich ook op onderwijstaken, vooral aangeboden door het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur. Zo  was hij academisch directeur van de Master of health and business administration en werd de accreditatie van die opleiding voorbereid. Heeft hij onderwijsbijdragen geleverd aan de master class en top class van het Erasmus Centrum voor Zorgbestuur en een tweedaagse leergang strategisch vastgoedbeleid opgezet voor bestuurders en toezichthouders in de langdurende zorg. Janssen heeft het programma Governance class van Marlies Ott overgenomen en opnieuw vorm gegeven. ‘Er is niets zo leuk als onderwijs geven aan aankomende executives in de zorg en dat blijf ik nog jaren doen, ijs en weder dienende’, voegt Janssen toe.

 

Net als de afgelopen tijd blijven we hem vast ook zien in de grote Nederlandse dagbladen en zorgmedia met analyses beschouwingen over dilemma’s op het grensvlak van bestuur, beleid en de dagelijkse praktijk in de zorg. Hierin ligt tevens de boodschap besloten die Janssen aan zijn opvolger wil meegeven: ‘Blijf je inzetten voor verbinding tussen wetenschap, beleid en de dagelijkse praktijk-dillemma’s, want daar zit de ruimte voor vooruitgang en innovatie in de zorgsector.’